Klassenmanagement

Doelen

  • Het begrip klassenmanagement kunnen uitleggen;
  • Weten hoe je studenten kunt motiveren;
  • Voorwaarden voor een veilig leerklimaat kunnen benoemen;
  • Het begrip ‘ondernemend leren’ kunnen uitleggen.

Intro

Iedere docent maakt het weleens mee: studenten zijn geheel niet betrokken bij de les en zijn gedemotiveerd. Er zijn een aantal mogelijkheden die helpen een motiverend klimaat te scheppen, waarbij klassenmanagement een belangrijke rol kan spelen. Ook ‘ondernemend leren’ kan hier aan bijdragen, bij deze didactiek staat het motiveren van de studenten centraal staat.

Wat is klassenmanagement?

Klassenmanagement is een middel om een veilige leeromgeving te creëren waarin studenten actief, betrokken en met plezier en succes leren. Belangrijk is dat de docent aansluit bij de eigen visie en dat hij lesgeeft op een manier die bij hem past. De docent krijgt hierdoor overzicht en kan zijn aandacht over de klas verdelen. Verder probeert de docent zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van de studenten. De docent is duidelijk en consequent: ‘nee’ is ‘nee’ en ‘ja’ is ‘ja’.

Klassenmanagement is belangrijk voor effectief lesgeven:

  1. De tijd die gebruikt wordt om instructie te geven wordt optimaal benut;
  2. Wanneer het klassenmanagement goed is geregeld voelen studenten zich betrokken bij de les;
  3. De docent is weinig tijd kwijt aan het corrigeren van probleemgedrag van studenten.

Veilig leeromgeving

De docent kan door regels en duidelijke afspraken een veilig leerklimaat scheppen. De docent bedenkt van te voren wat hij zal doen wanneer er een bepaalde situatie zich voordoet. Dit communiceert hij ook met de studenten. De docent is consequent in het hanteren van afspraken en regels en reageert direct. Vervolgens legt de docent het doel en de inhoud van de les uit. Hij geeft aan wat hij op welk moment van de student verwacht.

Tijdens het geven van opdrachten geeft de docent aan binnen welke grenzen studenten aan de slag kunnen en welk resultaat hij van hen verwacht.

De inrichting van een lokaal kan ook invloed hebben op het leerklimaat, afhankelijk van de les wordt het lokaal ingericht op een passende manier.

Zorg dat studenten elkaar goed kennen en weten wat elkaars drijfveren zijn. Studenten die zich verbonden voelen met de klas/school presteren beter.

Behoeften

Het is belangrijk om vast te stellen waar de studenten behoeften aan hebben. Sommige zaken moeten gewoon geleerd worden maar ook dan is er een behoefte. Namelijk: als de student dit leert kan hij zijn diploma halen. De docent dient van te voren te bedenken waar de behoefte van de student ligt en vertelt aan de studenten waarom ze dit moeten leren. De docent is zich ook bewust van het feit dat niet alle behoeften hetzelfde zullen zijn en geeft daarom ook ruimte om de student tegemoet te komen. Dit kan door individueel instructie te geven of tijdens opdrachten ruimte te geven voor eigen inbreng.

Motivatie

Een les staat of valt bij de motivatie van de studenten om te leren. Daarom is het belangrijk je als docent af te vragen wat motiveert eigenlijk studenten om te leren. Motivatie is afhankelijk van diverse factoren:

Zelfvertrouwen

Wanneer studenten zelfvertrouwen hebben, motiveert dit om aan de slag te gaan. Uitspraken als “Dat kan ik toch niet” werken namelijk demotiverend. Zelfvertrouwen bestaat uit drie niveaus:

1. Algemeen zelfvertrouwen: Hoe denkt de student over zichzelf? Heeft hij een goed zelfbeeld? Kijk hij positief naar zichzelf? Is hij tevreden met zichzelf? Iemand met een positief zelfbeeld is productiever.

2. Zelfvertrouwen over competenties: vindt de student dat hij ergens goed in is of ziet hij mogelijkheden om de competentie verder te ontwikkelen? Wanneer de student zelfverzekerd is stimuleert het hem om verder te investeren in het ontwikkelen van competenties.

3. Self-efficacy (zelf-effectiviteit): hierbij gaat het erom dat de student het vertrouwen heeft dat hij zal slagen in zijn opdracht.

Uitdaging

Studenten willen uitgedaagd worden. De leerstof moet niet te makkelijk zijn en mag echt wel uitdagend zijn. Vandaar is het belangrijk de behoefte van de student te kennen en ook je te informeren over de beginsituatie van het niveau van de student. Geef studenten die meer kunnen een extra uitdaging. Neem geen genoegen met goed, maar ga voor uitstekend!

Zet de student aan het werk

Doe je niet voor als de docent die alles weet maar laat studenten zelf op zoek gaan naar antwoorden. Je stimuleert hiermee de student om zelf aan de slag te gaan, daarom zijn opdrachten tijdens de les heel belangrijk. Wanneer de student te lang naar een verhaal van de docent moet luisteren haakt hij af en raakt gedemotiveerd. Zelf uitzoeken hoe iets moet werkt stimulerend.

Geef feedback

Heb oog voor de individuele student. Geef een compliment of geef een aanwijzing waardoor de student het gevoel krijgt “echt” gezien te worden.

Zelfsturing

Geef de student ruimte om op een eigen manier de gewenste informatie te verkrijgen. Het werkt motiverend wanneer de student het gevoel krijgt zelf het leerproces te kunnen sturen. Internet biedt veel mogelijkheden hiervoor.

Overzicht en uitzicht op einddoelen

De docent moet het overzicht aan de student kunnen bieden binnen de brei van het onderwijs. Studenten verdwalen en raken hierdoor gedemotiveerd. Weet dus binnen welke context de les wordt gegeven.

Ondernemend leren

Ondernemend leren werkt het leren van specifieke vaardigheden en eigenschappen in de hand, waarbij het er tevens omgaat een aanmerkelijke verandering te bewerkstelligen in de instelling en het zelfvertrouwen van jongeren.

De basis van ondernemend leren is dat de docent de verantwoordelijkheid van het leerproces deelt met de student door hen aan te moedigen zelfstandig beslissingen te nemen, te denken, initiatieven te ontplooien en te studeren.

Dit vertaalt zich naar onderwijs gebaseerd op:

“Ik kan het” (competent zijn)

De lessen moeten uitdagend en interessant zijn. Het moet niet te moeilijk maar ook niet te makkelijk zijn. In evenwicht op zoek naar de juiste balans. Studenten voelen zich uitgedaagd. In de theorie worden iedere keer nieuwe/ innovatieve voorbeelden gegeven waardoor nieuwsgierigheid ontstaat.

“Ik kan het zelf” (autonoom zijn)

Binnen de lessen moet er een keuze mogelijkheid zijn voor de studenten. De verwerkingsopdrachten zijn zo vormgegeven dat studenten een keuze hebben in het samen maken of een keuze hebben: “Hoeveel geef ik van mijzelf weg?”. Grenzen moeten door de docent aangegeven worden maar de student mag binnen die grenzen eigen keuzes maken. Docenten geven studenten ruimte om een keuze te maken of een verandering toe te passen, dit stimuleert de ondernemende houding.

“Ik hoor erbij” (verbonden zijn)

Belangrijk is dat de studenten zich verbonden voelen. Dit kan door:

a. een gezamenlijk doel te stellen of een gezamenlijke activiteit te ondernemen;

b. studenten geregeld presentaties aan elkaar te laten geven, feedback te ontvangen en te geven.

Doel hiervan is dat zij zich verbonden voelen met anderen of dat zij opzoek gaan naar samenwerkingspartners of cross-overs. Zo krijgt iedere student het gevoel dat hij een bijdrage levert aan het geheel.

Bronnen:

http://wij-leren.nl/klassenmanagement-artikel.php

https://www.leraar24.nl/dossier/3227/klassenmanagement#tab=0

http://www.prodas.nl/bestanden/1017/Klassenmanagement,-Vernooy,-Van-Schie-en-Kamphuisdes.pdf

Boek: Motivatie binnenste buiten

Boek : Talent binnen te buiten

https://www.klasse.be/

https://www.ou.nl/documents/14300/fee4dbdd-7213-4daf-8b77-2ebd346ca1cd

http://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/content/assets/nieuwsberichten/2015/ocw_sfeerverslag_motivatie_def.pdf

Zijbalk